Na het ontbijt wandelen we het hotel uit en volgen de "boulevard" naar het Parque Vargas, een parkje vol palmen en tropische bloemen en een vervallen maar mooie muziekkoepel. Maar eerst eens iets over Puerto Limón.
Volgens een plaquette is Christopher Columbus op 25 september 1502 tijdens zijn vierde reis voor anker gegaan in de buurt van Isla Quiribri, een piepklein eilandje vlak voor de kust. Daarna is het lang rustig geweest in Puerto Limón, tot midden 18e eeuw piraten de stad als hideout gingen gebruiken. Eind 18e eeuw is er een spoorweg aangelegd om bananen over te vervoeren en werden er Afro-Caribische arbeiders aangetrokken. Toen rond 1913 meerdere bananenoogsten mislukten door meeldauw (de banaan is geen inheems fruit voor Costa Rica maar is geïmporteerd uit Maleisië) werden de plantages verplaatst naar zuidelijker streken en uiteindelijk Ecuador. De arbeiders konden niet mee en bleven hier achter. Ze werden jarenlang niet erkend als inwoner van Costa Rica en mochten niet vrij door het land reizen of werken. Pas medio 19e eeuw is hier verandering in gekomen. De stad is deze segregatie echter altijd blijven voelen: het was de laatste in het land die electriciteit en geasfalteerde wegen kreeg. Er is echter nog veel werkloosheid en misdaad maar gelukkig pakt de regering dit de laatste jaren ook aan.
Tot zover het geschiedenislesje :-)
Naast de vele daklozen die we op straat en in het park zien slapen is er veel toeristen- en gewone politie op straat. Het is nog vroeg in de ochtend maar men lijkt al paraat te staan voor wat gaat komen. Op een gegeven moment zien we voor een gebouwtje aan de rand van het park een achttal agenten gebrieft worden, staan er twee in het park zelf en komen er net drie het park binnenlopen. We voelen ons erg veilig...
Vanuit het park lopen we de winkelstraat, een voetgangerszone in. Het is morgen moederdag in Costa Rica en overal staan bloemenverkopers en hangen harten. Hier worden we aangesproken door een bedelaar. Hij zingt een lied voor ons, kust mijn handen en armen en blijft maar zingen. Hij is lief, grappig en aandoenlijk, als we hem wat geld geven voor zijn lied valt hij op z'n knieën om ons te bedanken. We vinden het genoeg geweest in dit stadje, halen onze auto uit de bewaakte stalling, laden de bagage in en vertrekken.
Lange tijd rijden we pal langs het strand, links de zee en rechts uitgestrekte bananenplantages. Het is hier weer prachtig mooi. Dan gaan we het binnenland verder in. Hier zien we op gegeven moment een bord langs de kant van de weg waar op staat "Aviarios del Caribe Sloth Sanctuary". Daar wil ik heen! We parkeren de auto en lopen naar de receptie. Voor 25 dollar per persoon krijgen we een film te zien over luiaarden en de opvang, een toer langs de luiaarden en een boottocht door de wateren rond de opvang. We beginnen met de film die vertelt over hoe de opvang hier gestart is: Luis Arroyo en Judy Avery hadden hier een huis dat door een aardbeving is vernield. Ze hebben hun huis daarna herbouwd met een kleine B&B erbij en op zeker moment kwamen drie jonge meisjes een jonge gewonde luiaard brengen. Ondanks dat ze geen verstand hadden van deze dieren en ook de dierentuin van San José geen hulp wilde en kon bieden hebben ze de zorg van Buttercup, de jonge luiaard op zich genomen en met geitenmelk grootgebracht. Inmiddels is Buttercup 18 jaar en ligt hij iedere dag in zijn hangstoel in het restaurant te chillen.
We krijgen eerst een aantal vaste bewoners van de opvang te zien. Zo is daar Toyota, die na een electrocutie in een electriciteitspaal een arm is kwijtgeraakt door gangreen en amputatie. Hij heeft zijn naam te danken aan zijn onverwoestbaarheid. Dan maken we kennis met Milly. Zij is als baby hier gekomen en heeft nooit geleerd luiaard te zijn. Terugzetten in het wild zou een wisse dood betekenen. We mogen haar knuffelen en aaien, iets wat ze duidelijk leuk vindt.
Hierna gaan we naar de nursery waar de baby-luiaarden zijn. Er zijn er zeker een stuk of tien, varierend in leeftijd. Voor ons wordt een grote teil op tafel gezet met twee baby luiaardjes erin. Ze zijn echt uberschattig! Ook deze twee worden niet meer uitgezet in het wild, dat geldt trouwens voor alle luiaardjes in de nursery. Er is een deel waar we niet mogen komen, hier zit het ziekenhuis waar door bijvoorbeeld electrocutie of mishandeling (we horen een schrijnend verhaal van een luiaard die door volwassenen in de brand gestoken en geschopt en geslagen was) gewonde dieren worden behandeld door een speciaal voor luiaarden opgeleide dierenarts.
We zijn helemaal om waar het de luiaarden betreft. Waar we dachten te maken te hebben met saaie slaperige dieren blijken ze toch behoorlijk beweeglijk en vooral erg nieuwsgierig te zijn.
Dan is het tijd voor de boottocht. Een oude Afro-Caribische man peddelt ons op z'n dooie gemakje rond en wijst ons krabben en vleermuizen en we zien verschillende soorten ijsvogels, een prachtige northern jacana, meerdere basiliekleguanen en in een boom voor de opvang een jonge wilde luiaard.
We drinken nog wat bij Buttercup in haar hangstoel en gaan dan richting Puerto Viejo. We hebben een lekker hotel uitgezocht ruim een kilometer buiten het dorp bij het strand, het Totem Hotel. Maar daar aangekomen blijken er geen kamers meer beschikbaar te zijn. En ook niet in de volgende zeven. We proberen niet ieder hotel maar alles wat voldoet aan de eisen: een ruime lichte kamer, zwembad en bij het strand (wat zijn we weer lekker verwend bezig, niet?). Uiteindelijk nemen we maar iets bij Playa Chiquita, het is niet wat we zoeken maar we nemen deze voor een nacht en switchen dan voor de laatste twee nachten naar Totem.
Als ik de bagage uit de auto haal, Barth is even met de manager een rondje maken langs de faciliteiten, wordt ik opeens meerdere malen erg pijnlijk in vooral mijn rechtervoet gebeten. Als ik naar beneden kijk blijk ik middenin een enorme hoeveelheid mieren van ruim een centimeter lang te staan. Een tiental hiervan zit op de tenen van mijn rechtervoet en op mijn linker zitten er een stuk of vier. Ik durf ze niet met mijn handen van me af te slaan uit angst dat ze zich ook vastbijten aan mijn handen. Ik trek dus mijn slippers uit en begin ze daarmee los te duwen van mijn huid. De pijn is enorm en dat van een paar mieren! Uiteindelijk heb ik ze er allemaal af. Barth is inmiddels ook weer terug en samen gaan we op onderzoek uit. Er blijken meerdere colonnes mieren te lopen, elk van tien-, misschien wel honderdduizenden mieren. Een wijze les: dus ook altijd kijken waar je je voeten zet in jungle-rijke landen!
Als na een uur de pijn en het verdoofde gevoel mede door de prikweg is afgenomen gaan we met de auto naar het dorp om te eten. We hadden niet verwacht een nog zo boeiende dag te hebben, never a dull moment in Costa Rica!!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten