dinsdag 16 augustus 2011

Zaterdag 13 augustus 2011 - Ojochal naar Puerto Viejo ofwel : in één dagvan de Stille Oceaankust naar de Caribische kust

Uitgehongerd vallen we op het ontbijt aan. Na het gemiste avondeten van gisteren wil er echt wel wat in plus dat we een lange dag rijden voor de boeg hebben. We hebben besloten terug te gaan naar de Caribische kust en wel helemaal in het zuiden, bij de Panamese grens. Hemelsbreed is dat niet zo ver maar aangezien er een gebergte en nationale parken tussen zitten moeten we helemaal via San José, ruim 360 kilometer rijden. En met de wegen hier doen we daar minimaal 7 uur over.

We nemen afscheid van Birgit, Uwe en Blanca en vertrekken. Onze Garmin geeft aan dat we de kustweg moeten nemen maar eigenwijs als we zijn besluiten we vanaf Dominical het binnenland in te duiken, alhoewel mevrouw Garmin ons blijft adviseren om vooral een U-turn te maken en toch via de kustweg te gaan. We negeren haar en uiteindelijk legt ze zich erbij neer.

Vlak na de afslag zien we in the middle of nowhere opeens een Boeing 727 staan. Het vliegtuig wordt verbouwd, mogelijk om er een bar of restaurantje in te beginnen, we hebben dit ook vlak bij Parque Nacional Manuel Antonio gezien. Wat een klus om zo'n kolossaal ding daar te krijgen!

We rijden over de zeer bochtige weg verder naar San Isidro, waar we de Pan-American Highway oprijden. En dan begrijpen we waarom mevrouw Garmin ons niet via de "Interamericana Sur" wilde laten rijden. We blijven in de bergen en er rijden veel vrachtwagens op de weg die op sommige bergopwaartse stukken niet veel harder rijden dan 20 km/u. En als je 360 kilometer moet rijden schiet dat niet erg op. En als het weer dan ook nog eens volledig omslaat hebben we helemaal spijt. Voor we het weten is het een graad of 7, hoost het en is het ook nog eens flink mistig.

Mevrouw Garmin voorziet ons regelmatig van toeristische informatie (dat is bijzonder goed gedaan) en weet ons op gegeven moment te vertellen dat we op de Cerro de la Muerte (Berg van de Dood) rijden op 3300 meter hoogte. Dat hadden we (letterlijk) niet zien aankomen. De berg heeft trouwens niet zo omdat het er gevaarlijk is, al zou je dat wel denken vanwege de levensgevaarlijke inhaalcapriolen van de Tico's. De berg is zo genoemd omdat het er erg koud kan worden en er ooit, lang geleden, enkele mannen door bevriezing om het leven zijn gekomen. Daarom heet een van de wegrestaurantjes dus Restaurante Everest :-)

Als we de stad Carthago naderen wordt het steeds drukker op de weg. In de stad zelf staan we ruim twintig minuten voor een afslag. We moeten een weg oversteken en van beide kanten komt zoveel verkeer dat er nauwelijks gelegenheid is om de auto ervoor te zetten. Deze stad gaat bijna over in San José waar het nog veel drukker is. Het is inmiddels drie uur en we hebben nog niet geluncht, dus rijden we een Subway binnen, letterlijk. Het is een drive-through, briljant! We eten ons broodje in de auto op, er komen zoveel stoplichten dat ik bij iedere stop een hap kan nemen. Handig!

Als we San José eindelijk uitrijden moeten we concluderen dat we het nooit voor donker gaan halen naar Puerto Viejo. Zelfs de eerstkomende grote stad, Puerto Limón halen we niet voor zessen. En aangezien de zon net voor zes uur ondergaat moeten we al een stukje in het donker rijden, wat ten zeerste afgeraden wordt. We hebben echter weinig keus, dus rijden we door. Als we rond kwart over zes in de buurt van Puerto Limón komen zien we alle tekenen van een havenstad: veel vrachtwagens op de weg, met of zonder container en dan zien we ook de enorme opslagplaatsen waar de containers meters hoog opgestapeld staan. Gelukkig rijden we even later het stadje zelf binnen en we gaan op zoek naar een hotel.

We belanden bij Hotel Park, pal aan zee. De kamer is prijzig maar heeft uitzicht op zee, overdag dan. We zien en horen de golven echter wel vlak onder ons. We besluiten direct een hapje te gaan eten en gaan op pad. De sfeer is hier duidelijk anders dan dat we tot nu toe hebben meegemaakt. Er zijn op dit moment van de dag weinig mensen op straat, we zien dronken mannen en het voelt niet helemaal lekker. Een van de weinige open eetgelegenheden is een Pizza Hut. We duiken erin en bestellen bij een donkere serveerster die vloeiend Engels met een prachtig Jamaicaans accentje spreekt. We zijn ook de enige blanken in het hele restaurant trouwens, de rest heeft een Midden-Amerikaans of een Jamaicaans uiterlijk.

We wandelen na de pizza verorberd te hebben terug naar ons hotel en nemen ons voor morgen nog even een wandelingetje door het stadje te maken en dan op tijd naar Puerto Viejo te vertrekken. Maar eerst een stukje slapen na een hele lange dag rijden...

Geen opmerkingen:

Een reactie posten